Geluksprofessor Raj Raghunathan: Geluk vind je ergens anders

Ianthe Sahadat in De Volkskrant, november 2016. Op zoek naar geluk? Vrienden en familie zijn belangrijker dan succes in je werk, zegt geluksprofessor Raj Raghunathan.Vergelijk jezelf niet continu met anderen, wees geen controlfreak en wees niet wantrouwend.

Geluk vind je ergens anders

Als je zo slim bent, waarom ben je dan niet gelukkig? Het is een vraag die wellicht enige wrevel oproept, vanwege de mild goeroeëske ondertoon. Maar het blijkt vooral een vraag die op een gure vrijdagavond de gehele Lutherse Kerk op het Spui in Amsterdam weet te vullen met gelukzoekers.

Steller van de vraag is Raj Raghunathan, een Indiase hoogleraar van 49 die oogt als 35, zelf behoorlijk slim en al even gelukkig. Een combinatie die geenszins vanzelfsprekendheid blijkt, zo wijzen twee decennia van geluks-onderzoek uit: intelligentie en geluk gaan niet hand in hand. Net zomin als rijkdom of succes en geluk.

Dat heeft Raghunathan, werkzaam aan de economische faculteit van de universiteit van Texas, overigens niet zelf bedacht. Omdat de geluksleer niet zijn vakgebied is, heeft hij zich de afgelopen jaren als een soort leerling met sociaal-wetenschappelijke basisvaardigheden door het landschap van geluksonderzoekers laten voeren.

Als je de storm van het verdriet, de rouw of angst over je heen laat komen, blijkt deze lang niet zo erg te zijn als je vreesde

Hij zocht alle grootheden op dit terrein op, sprak met hen en bestudeerde hun werk dat doorgaans valt in de categorie van de positieve psychologie, een stroming die zich niet richt op de duistere en haperende kant van de menselijke geest, maar juist op veerkracht en het vermogen ondanks tegenslag te blijven bloeien. Uitgangspunt van deze stroming is de maakbaarheid van de mens en zijn geluksbeleving. Want als je de minder bedeelden op dat gebied een scheutje van de gelukzaligen onder ons kan geven, eindigen ook zij een treetje gelukkiger, nietwaar?

Is geluk werkelijk maakbaar?

‘De helft van onze gelukspotentie zit in de genen. Dan is er nog 10 procent die onderhevig is aan levensgebeurtenissen. De overige 40 procent is beïnvloedbaar en afhankelijk van hoe je tegen het leven aankijkt. Deze cijfers komen van Sonja Lyubomirsky (Amerikaans-Russische hoogleraar psychologie die veel geluksonderzoek deed en daarover ook een populair-wetenschappelijk boek publiceerde, red.) Toen ik haar sprak zei ze overigens meteen dat het natuurlijk slechts een schatting is. Maar ik gebruik haar schatting als handvat in mijn cursus.’

Raghunatans onlinecursus ‘Een leven vol geluk en voldoening’ op het platform Courserais een van de populairste cursussen in de VS, met honderdduizenden deelnemers. Ook op zijn eigen universiteit, met veel op zakelijk succes gerichte studenten, is zijn ‘zweverige’ collegereeks over geluk een hit. Kern van zijn betoog: vergeet al die strategieën die je gebruikt om verder te komen in je carrière; die werken juist averechts voor het bereiken van levensgeluk. Stop met vergelijken met anderen, probeer ergens goed in te zijn naar eigen vermogen, richt je meer op vrienden en familie dan op werksuccessen of rijkdom en hunker niet langer naar liefde, maar geef het zelf. Raghunathan nam zijn adviezen in de vorm van zeven zonden en bijbehorende levenslessen op in een boek dat deze zomer verscheen.

Hoe raakt een economiehoogleraar verzeild in geluksonderzoek?

‘Tien jaar geleden zocht een oude school- en studievriend me op via Facebook. Hij was inmiddels ook naar de VS verhuisd en we woonden vlak bij elkaar. We spraken af in een café en haalden herinneringen op, zoals dat gaat.

‘Mijn vriend vroeg of ik nog steeds zo’n relaxte jongen was. Hij vertelde anekdoten over hoe ik alles altijd op het laatste moment regelde en hoe ik hippiekleren droeg op feestjes waar iedereen in pak verscheen. Tegenslagen gleden altijd van je schouders, zei hij. Met dat nostalgische beeld van een oude versie van mijzelf ging ik naar huis. Ik was een beetje geschrokken, want ik realiseerde me dat ik niet meer zo licht en vrolijk in het leven stond. Natuurlijk had ik verantwoordelijkheden als vader en in mijn werk, maar ik verlange terug naar de ‘onschuldige’ versie van mijzelf en vroeg me af hoe ik die lichtheid was kwijtgeraakt. Ik besloot uit te zoeken hoe geluk werkt, als wetenschapper.’

Het uitgangspunt van uw boek en cursus is de maakbaarheid van geluk. Dat is een zowel optimistische als deprimerende gedachte. We zijn dus in hoge mate verantwoordelijk voor ons eigen ongeluk?

‘Mijn studenten reageren meestal juist teleurgesteld omdat ze slechts 50 procent kunnen beïnvloeden. Misschien is dat een verschil tussen Amerikanen en Europeanen. Maar ik denk dat je onderscheid moet maken tussen gezonde, functionerende mensen en mensen die depressief zijn.

‘Mijn uitgangspunt is dat iedereen gelukkig wil zijn. Voor de meesten van ons draait het leven om je goed voelen. Ik denk dat het een prettige gedachte is dat we daar zelf iets aan kunnen doen. Anders kun je net zo goed bij de pakken gaan neerzitten.’

Als je in scheiding ligt of net hoort dat je ongeneeslijk ziek bent, kun je toch gelukkig zijn, stelt u.

‘Ik beweer niet dat je vervolgens tegen jezelf moet zeggen: kop op, je hoeft je niet rot te voelen. Of dat je door positief denken vanzelf weer gelukkig wordt. Maar het toelaten van ellendige gevoelens kan helpen. Dat blijkt uit veel studies. Als je de storm van het verdriet, de rouw of angst over je heen laat komen, blijkt deze lang niet zo erg te zijn als je vreesde. Veel mensen kennen deze houding als mindfulness.’

U ziet mindfulness niet als de zoveelste psychologische rage?

‘Ik begrijp dat de term of de populariteit tot scepsis kan leiden, maar als levenshouding is het een wetenschappelijk bewezen strategie die over het algemeen op termijn geluk vergroot. Het is niet dé onbetwiste route naar geluk, die bestaat niet.’

Hoe legt u als wetenschapper uit wat mindfulness is?

‘Ik spreek vaak over zelfcompassie als startpunt, omdat dat een van de belangrijkste ingrediënten is. Wees mild voor jezelf. Je moet jezelf behandelen zoals je een dierbare vriend zou behandelen. Dat is de basis waarop alle handelen berust.

‘De meesten van ons zijn verslaafd aan onze geest en hoe die functioneert. Dat je elk voor probleem een oplossing kunt bedenken, als je maar ietsje harder nadenkt. Veel mensen beseffen niet dat het ook anders kan. Dat jij niet je geest bént.

‘Ik weet dat veel mensen dit vaker hebben gehoord en denken: och, daar heb je weer zo’n cliché uit de zelfhulppsychologie. Maar als je het hebt ervaren, zul je merken dat het daadwerkelijk iets is. Het vergt training en discipline en het kan jaren duren voor je het een beetje kan. Maar het is zeer waardevol om je niet te laten sturen door al je gedachten – want het is druk hoor, daar in het hoofd.’

Bent u zelf mindful?

‘Tot op zekere hoogte. Ik ben geen verlichte geest die onaangedaan is onder om het even welke emotie of gedachte. Maar ik heb wel het vermogen om mijn geest van tijd tot tijd het zwijgen op te leggen.

‘Ik mediteer. In de ochtend en voor ik ga slapen. Ik doe het door naar een vers uit de Oudindische poëzie te luisteren. Ik ben niet religieus, maar wat nu mindfulness heet, bestaat in India al wat langer. Door te mediteren leer je gedachten te observeren zonder je mee te laten voeren op de emoties die ze voortbrengen.

Het is zeer waardevol om je niet te laten sturen door al je gedachten – want het is druk hoor, daar in het hoofd

‘Het helpt me nederig te zijn als mens. Te beseffen dat ik niet alles kan beheersen, dat het leven komt zoals het komt en dat ik niet alles kan weten en begrijpen. Ik heb dat nodig, omdat ik als wetenschapper geneigd ben te denken dat ik alles kan uitdenken en uitvinden als ik me er maar toe zet. Het helpt me te relativeren. Je weet niet hoe de toekomst er uit zal zien, die onzekerheid moet een basisgegeven zijn in mijn leven zonder dat het me ongemak brengt.’

Waarom willen we ons welbevinden allemaal actief beïnvloeden, is dat de tijdgeest?

‘Ik denk dat iedereen een gelukkiger leven wil leiden, ongeacht afkomst, tijd en cultuur. Dat is een universeel gegeven. Alleen de explosie in het veld van de populair- wetenschappelijke literatuur op dit gebied is nieuw en ik ben een exponent daarvan. Ik vind het de taak van de wetenschap mensen te vertellen wat er mogelijk is.’

U biedt levenslessen in uw boek en cursus. Sommige zijn vrij evident: vergelijk jezelf niet continu met anderen, wees geen controlfreak en wees niet wantrouwend. Maar wat bedoelt u met: maak van geluk je prioriteit zonder het actief na te streven?

‘Stel, je vindt slapen belangrijk; de meesten van ons vinden dat, terecht. Dan probeer je de omstandigheden te creëren die een goede slaap bevorderen. Geen zware maaltijd, niet te lang doorwerken, misschien een avondwandeling of warm bad. Maar je gaat niet in bed liggen en heel hard je best doen om in slaap te vallen, want dan lukt het niet. Zo werkt het ook met geluk. Of met liefde.’

Ook de staat van zijn die u ‘flow’ noemt speelt een belangrijke rol.

‘Dat is een begrip van de Hongaarse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi (een van de oervaders van het geluksonderzoek, red.). Voor zijn onderzoek gaf hij mensen piepers mee naar huis. Telkens wanneer de pieper afging, moesten ze noteren wat ze aan het doen waren en hoe ze zich voelden. Zo ontdekte hij dat mensen over het algemeen het gelukkigst zijn als ze in een staat van diepe concentratie zijn, waarin gedachten niet afleiden. Dat kan met een hobby, maar als je deze staat in je dagelijkse werk kunt ervaren, heb je meer kans op een leven dat je als waardevol ervaart.’

Wat is geluk eigenlijk?

‘Het is een abstract begrip. Een paraplubegrip waar liefde, dankbaarheid, vreugde, sereniteit en tevredenheid onder vallen. Over geluk valt te twisten. Het ene onderzoek legt de nadruk op algehele levenswaardering. Andere onderzoeken kijken meer naar het emotionele welbevinden op een bepaald moment.

‘Het is ook nog eens een subjectieve maatstaf: jouw en mijn geluk zijn verschillend en ook mijn eigen geluk kan van dag tot dag of afhankelijk van de definitie verschillen. Toch blijken mensen tamelijk goed in staat hun geluksniveau te beoordelen – zeker als gevraagd wordt naar de actuele gemoedstoestand.’

Zou u een ongelukkig of somber persoon aanraden om uw boek te lezen of uw cursus te volgen?

‘Ik richt me vooral op mensen die al gelukkig zijn, vanaf een zes en hoger, die zich gelukkiger willen voelen. Maar mijn ervaring is dat mensen die zich slechter voelen ook op het goede spoor worden gezet door de handreikingen uit het geluksonderzoek. De zaken die je nodig hebt om van neutraal naar positief te gaan blijken niet zoveel te verschillen van de zaken die nodig zijn om van negatief naar neutraal te gaan.

‘Ik houd bijvoorbeeld al jaren een geluksdagboekje bij, waarin ik elke dag drie dingen opschrijf die me blij hebben gemaakt. Dat kunnen kleine dingen zijn: de zon scheen, bij het ontbijt dronk ik een heerlijk kopje thee en een vriend zei iets aardigs. Zoiets simpels kan je levensgeluk al vergroten, ook als je slecht in je vel zit.’

Handjevol

Slechts een handjevol mensen scoort het hoogst op geluk, in internationaal onderzoek. Hun eigenschappen: zij ervaren een diepe verbondenheid met een of meerdere andere personen (eenzaamheid en geluk gaan zelden hand in hand), ambachtelijkheid (ergens goed in zijn en daarin steeds een beetje beter worden), een bepaalde mate van autonomie (net genoeg geld om niet afhankelijk te zijn van anderen en niet leven in een dictatuur of andere vorm van onvrijheid).

Bron: klik hier

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s