Categorie archief: Onderzoek

Economie bloeit op, maar werknemers bozer dan ooit

Managersonline, maart 2017. Op basis van de gunstige economische ontwikkeling zou men verwachten dat werknemers energiek en positief aan de slag zijn. Niets is minder waar. Er stroomt nog steeds onnodig veel menselijke energie weg uit organisaties.

De stemming op de werkvloer is niet positiever, maar negatiever dan ooit. Dit blijkt uit het onderzoek ‘De energie van werkend Nederland’ dat EnergyFinder in samenwerking met onderzoeksbureau Integron verricht onder 4.400 werknemers. Dit onderzoek wordt sinds 2013 jaarlijks uitgevoerd en richt zich op de mentale, emotionele en sociale energie van werknemers.

De voornaamste conclusies van het onderzoek, uit de editie 2017:

  • Slechts twintig procent heeft het op zijn werk echt naar de zin: deze groep is enthousiast bezig en bereikt samen met collega’s uitstekende resultaten.
  • 32 procent zit in de wachtstand en blijft doen wat ze altijd deden.
  • 38 procent  zegt verkrampt bezig te zijn met overleven.
  • Tien procent is helemaal afgehaakt en tot stilstand gekomen.
  • Vergeleken met 2016 bleef de hoeveelheid energie in organisaties min of meer gelijk. In kwalitatief opzicht is evenwel een belangrijke verschuiving zichtbaar: de negatieve gevoelens onder werknemers zijn fors gestegen. Er is sprake van een fors aantal ‘boze werknemers’: maar liefst 36 procent van alle werknemers (dat was vorig jaar nog 28 procent) .
  • Naast deze algemene tendens, zijn er forse verschillen als je kijkt naar branche, leeftijd en functieniveau:
    • Hoge percentages boze en gefrustreerde medewerkers zie je vooral terug in de ICT (47 procent), financiële dienstverlening (45 procent) en retail (40 procent). Hier staat tegenover dat de installatiebranche (49 procent) en zorg & welzijn (41 procent) hoge percentages ‘blije medewerkers’ kennen.
    • Hoge percentages boze medewerkers vinden we vooral terug in de leeftijdsgroepen 30-40 jaar (47 procent) en jonge medewerkers onder 30 jaar (46 procent). Blije medewerkers bevinden zich vooral in de leeftijdsgroep boven de 60 jaar (52 procent).
    • Boze werknemers behoren vaak tot het ondersteunend personeel (45 procent) en het uitvoerend personeel zonder klantcontact (40 procent). Blije werknemers zijn daarentegen vooral in de top van organisaties te vinden (43 procent).
    • Naast het feit dat werknemers aangeven vaker boos of gefrustreerd te zijn, is ook sprake van een brede negatieve onderstroom. Deze wordt zichtbaar wanneer de gegevens uit het energieonderzoek gekoppeld worden met actuele gegevens over medewerkerstevredenheid. Een voorbeeld: gaven werknemers die energiek zijn en goed in hun vel zitten een jaar geleden nog een 8,5 voor het toekomstperspectief van hun organisatie, in 2017 is dat cijfer gedaald naar 7,8.

Veiligheid en vertrouwen
Blijkbaar is een bloeiende economie niet voldoende om mensen energiek en positief aan de slag te laten gaan. Uit aanvullende interviews naar aanleiding van het onderzoek, blijkt dat de opbloeiende economie juist een negatieve werking heeft op het moreel van werkend Nederland. Een grote groep ondervraagde werknemers gaf aan weinig positiefs te merken van de huidige opleving. Integendeel, ze moeten harder werken, terwijl hun vrije ruimte om zelf keuzes te maken en zelf te bepalen hoe ze hun werk inrichten voortdurend wordt beperkt. Hun toekomstperspectief is pessimistisch want zekerheden over het voortbestaan van de baan (en de organisatie) zijn er niet. Geen wonder dat werknemers zeggen te snakken naar meer veiligheid en vertrouwen.
Bron: klik hier

Nederlandse jongere wil leuke baan, Duitser kiest voor het geld

Elze Kuiper in FD: Nederlandse jongeren hebben liever een leuke baan met een gemiddeld salaris, dan een saaie, goed betaalde baan. ‘Bedrijven moeten zich realiseren dat ze zich moeten verdiepen in de mindset van jongeren.’

De Universiteit Utrecht vroeg, in opdracht van uitzendbureau Young Capital, 3721 millennials (geboren tussen 1980 en 1999) in acht Europese landen te kiezen tussen salaris en werkplezier. Duitse en Zweedse jongeren maken nauwelijks onderscheid tussen geld en plezier, blijkt uit het onderzoek.

Van de Nederlanders verkiest 71% een leuke baan boven een goede baan. Alleen de Spanjaarden en Fransen hechten meer waarde aan werkplezier. In Duitsland en Zweden is die groep veel kleiner: daar kiest 55% voor werkplezier en 45% voor het geld.

Verdiepen in jongeren

Volgens Ineke Kooistra, ceo van YoungCapital, is ‘de tijd voorbij dat een bedrijf jongeren alleen met een dik salaris over de streep trekken’. ‘Bedrijven moeten zich realiseren dat ze zich moeten verdiepen in de mindset van jongeren’, zegt Kooistra. Hoewel jongeren werkplezier verkiezen boven geld, blijft een goed salaris een belangrijke arbeidsvoorwaarde. In Nederland vindt 82% het salaris belangrijk, tegen het Europees gemiddelde van 83%.

Nieuwe vaardigheden

Het leren van nieuwe waardigheden is nog belangrijker. Bij 90% van de Nederlandse millennials speelt dit een rol bij het kiezen van een baan. Het Europees gemiddelde is 88%. Met laptop en telefoon van de zaak trekken bedrijven jongeren niet over de streep, in Nederland hecht slechts 18% waarde aan gadgets, minder dan het Europees gemiddelde van 26%.

Vast contract

Ook aan een vast contract hechten jongeren waarde. Van de Nederlanders vindt 67% dat belangrijk tot zeer belangrijk. Dit is hoger dan het Europees gemiddelde van 55%. Alleen in Duitsland verkiest een minderheid een vast contract boven een tijdelijk contract.

De ondervraagde jongeren zeggen een vast contract belangrijk te vinden omdat dat hun financiële zekerheid biedt en bijvoorbeeld in staat stelt en huis te kopen. Daarnaast voelen jongeren zich gewaardeerd als ze een vast contract krijgen.

Bron: klik hier

Vier op de tien medewerkers vinden hun werk niet zinvol

Managersonline.nl, maart 2017. Schouten en Nelissen ontwikkelde in samenwerking met het HappinessBureau de Happitest. Vier op de tien medewerkers ervaren hun werk als niet zinvol. Jessica van Wingerden, directeur Schouten Research: ‘de geluksbeleving van medewerkers heeft direct impact op de kwaliteit van het werk.’

Veel medewerkers vinden werk niet zinvol

Maar liefst vier op de tien medewerkers ervaren hun werk als niet zinvol. Zij zijn minder bevlogen in hun werk, hebben geen regie en laten hun baan niet aansluiten op hun drijfveren en talent.

Hierdoor zijn zij minder gelukkig dan medewerkers die hun werk wel zinvol vinden. Dit blijkt uit onderzoek van Schouten & Nelissen onder 1.900 werknemers.

Geluk voorspeller   
Het onderzoek toont aan dat zinvol werk een belangrijke voorspeller is van bevlogenheid en het geluk van medewerkers. Slechts een derde van werkend Nederland is gelukkig en bevlogen in het werk. Het werk inspireert hen en geeft energie en betekenis. 61 procent van de niet-gelukkige medewerkers vindt het werk niet zinvol, terwijl 82 procent van de gelukkige medewerkers het werk juist als zinvol ervaart. 72 procent van de gelukkige medewerkers bevlogen tegenover slechts 6 procent van de niet-gelukkige medewerkers. Daarnaast heeft 39 procent van de niet-gelukkige medewerkers moeite om het werk thuis los te laten, bij gelukkige medewerkers is dit twee procent.

Betekenis, bevlogenheid en balans       
Jessica van Wingerden, directeur Schouten Research: “Betekenisvol werk, bevlogenheid, eigen regie, ontplooiingsmogelijkheden en een goede werk-privé balans zijn belangrijke factoren voor gelukkige medewerkers. De onderzoeksresultaten tonen aan dat er op deze gebieden nog veel te winnen is. De geluksbeleving van medewerkers heeft direct impact op de kwaliteit van het werk. Het is daarom belangrijk dat werkgevers investeren in de randvoorwaarden die bepalend zijn voor betekenisvol werk en daarmee het geluk van medewerkers. Deel met de medewerkers wat de organisatie wil zijn en bereiken en bespreek hoe medewerkers daar individueel aan kunnen bijdragen. Faciliteer medewerkers daarnaast in de zoektocht naar hun werkwensen, investeer in ontplooiingsmogelijkheden en bied ruimte voor een goede werk-privé balans. Medewerkers moeten ook zelf regie nemen en zorgen dat hun passie en talenten tot hun recht komen in hun baan door hierover het gesprek aan te gaan met hun leidinggevenden. Dit verbetert niet alleen de geluksbeleving en duurzame inzetbaarheid van de medewerkers, maar komt ook direct ten goede aan de creativiteit, innovatiekracht en prestaties van organisaties.”

Onderzoek
Werknemers die gelukkig zijn, maken het verschil voor organisaties. Schouten & Nelissen meet daarom jaarlijks het geluk van werkend Nederland. Het onderzoek ‘De Happitest’ is onder 1900 medewerkers in diverse branches uitgevoerd door Schouten & Nelissen.

Bron: klik hier

Best Workplaces 2017 volgens Great Place to Work

Wat een feest tijdens het Best Workplaces 2017 Event van Great Place to Work! Het HappinessBureau vierde mee met de 49 organisaties die zich Best Workplace 2017 mogen noemen. Gefeliciteerd nr 1’s : Novo Nordisk, Incentro en Lean Consultancy Group. Zoek je een goede werkgever waar je trots op kunt zijn? Een werkomgeving waarin vertrouwen en plezier met collega’s centraal staan? Check de Best Workplaces 2017.

Meer waardering voor werkgevers die medewerkers betrekken bij beslissingen

Artikel op hrpraktijk.nl

De Best Workplaces van 2017 betrekken hun medewerkers volop bij beslissingen die invloed hebben op hun werk en vragen hen proactief om ideeën ter verbetering hiervan. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het onderzoek van Great Place to Work® dat werkgevers analyseert op goed werkgeverschap en de mate van trots, vertrouwen en plezier onder werknemers onderzoekt.

Daaruit ontstaat jaarlijks een lijst van Best Workplaces. Organisaties die de lijst dit jaar gehaald hebben, worden veruit het beste beoordeeld op de onderlinge relatie tussen medewerkers als het gaat om plezier en verbondenheid. Ook scoren zij hoog op het geven van verantwoordelijkheid en het managen van hun medewerkers op basis van vertrouwen. Tegelijkertijd valt er voor deze organisaties nog winst te behalen als het gaat om het leveren van een bijdrage aan de gemeenschap.

Keuze kantoorpanden, inrichting, kernwaarden

Bij organisaties die op de lijst staan worden medewerkers veel vaker betrokken bij beslissingen over hun werk en werkomgeving (70% bevestigt dit positief) dan organisaties die niet op de lijst staan (slechts 39% bevestigt dit). Volgens René Brouwers, directeur van Great Place to Work® onderscheiden de eerste zich doordat alle medewerkers in de organisatie, van directieleden tot medewerkers op de werkvloer, mogen meedenken en feedback mogen geven op belangrijke beslissingen. “Denk hierbij aan keuzes voor kantoorpanden en inrichting of bijdragen aan sessies om kernwaarden vast te stellen. Deze vorm van samenwerking zien wij steeds vaker en werkt alleen als er onderling vertrouwen bestaat en mensen ook de ruimte krijgen om mee te denken.”

Bijdrage aan maatschappij belangrijk voor werknemers van nu

Ook hebben medewerkers anno 2017 vaker een duidelijke behoefte om te werken voor een bedrijf dat iets wezenlijks bijdraagt aan de maatschappij. Een aspect dat medewerkers meenemen in hun afweging om bij een organisatie te gaan werken en daarom voor werkgevers een belangrijk aandachtspunt om zich op te ontwikkelen aldus Brouwers.

Best Workplaces mogen dan aanzienlijk hoger scoren dan organisaties die niet op de lijst staan, toch vormt het leveren van een bijdrage aan de maatschappij nog een uitdaging. Brouwers: “We zien regelmatig dat Best Workplaces zoeken naar manieren om een maatschappelijke bijdrage te leveren in lijn met hun core business, zodat medewerkers dagelijks het gevoel hebben dat ze ergens aan bijdragen. Dit heeft vaak veel meer effect dan een paar dagen vrijwilligerswerk.”

Meer dan 90% kijkt uit naar werkdag bij top 5

De top 5 blinkt vooral uit in het stellen van vertrouwen in hun medewerkers en het bieden van ruimte om hun functie goed uit te oefenen (maar liefst 97% van de medewerkers beaamt dit), het coördineren van werk (88% bevestiging door medewerkers), het betrekken van medewerkers (86%) en het aanmoedigen van een goede werk en privé balans voor medewerkers (87%). Ook scoort het geven van verantwoordelijkheid erg hoog (97%) en ruim 93% van de mensen kijkt ernaar uit om naar hun werk te komen. Hierin verschillen deze werkgevers duidelijk met het gemiddelde van de Best Workplaces van 2017 (79% kijkt ernaar uit om naar hun werk te komen) en organisaties die de lijst niet behaalden (45%).

Het Best Workplaces onderzoek 2017 van Great Place to Work® is uitgevoerd onder ruim 35.000 respondenten bij 113 verschillende organisaties, van start-ups tot multinationals.  Hoeveel daarvan en welke werkgevers zich daadwerkelijk Best Workplace 2017 mogen noemen zie je hier

Bron artikel: klik hier

Hier is de stagiair net zo belangrijk als de baas

Anne Corré op nrc.nl, januari 2017.Wat doen bedrijven om de talenten van hun medewerkers te benutten? Die vraag stond centraal in de NRC Talent Monitor. Een van de dingen die opvielen: een hiërarchie is passé.

Hier is de stagiair net zo belangrijk als de baas

Gelukkige werknemers – ze zijn het streven van iedere werkgever. Want wie écht op zijn plek zit werkt harder, is minder cynisch, en staat open voor vernieuwing. Hoe je voor zo’n ‘blije’ werknemer zorgt? Door talent te stimuleren. Wie doet waar hij goed in is, gaat met een goed gevoel naar huis, zo is het idee. Maar wat dóén organisaties eigenlijk om het talent van hun medewerkers aan te moedigen? Hoe zorgen zij voor die gelukkige werknemer?

We vroegen het 52 werkgevers, die meededen aan het jaarlijkse NRC-onderzoek naar goed werkgeverschap. De focus lag dit jaar op het middelgrote bedrijf – „Omdat we ons meer op ondernemerschap wilden richten”, aldus Mirjam Baars, werkzaam bij SatisAction, dat het onderzoek in samenwerking met NRC deed.

Een van de dingen die opvielen: bij veel van die bedrijven ging het ambt van manager de deur uit. Geen functies meer op het visitekaartje, weg met de hiërarchie. Baars: „Zo plat als een pannenkoek, in managementtermen.” Of, met andere woorden: de stagiair is er net zo belangrijk als de baas.

Zo’n organisatiestructuur is goed voor de persoonlijke ontwikkeling van werknemers, is het idee. Maar hoe houd je een apenrots zonder leider werkbaar?

Weg met de manager

Groeien binnen een organisatie doe je van oudsher door telkens een stukje hogerop te klimmen – van stagiair, naar medewerker, naar chef. Logisch? „Een volstrekt achterhaald idee”, vindt Tom van der Lubbe, mede-oprichter van hypotheekadviseur Viisi, waar inmiddels ongeveer dertig mensen werken. „We dénken misschien dat we groeien door te streven naar een hogere functie, maar wie zegt dat iedereen goed in leidinggeven is?” Zo’n structuur houdt vooruitgang binnen bedrijven alleen maar tegen, stelt Van der Lubbe. Werknemers zitten niet altijd op hun plek, werkgevers hebben niet werkelijk in de gaten waar hun talent zit.

Viisi is daarom georganiseerd volgens de regels van een holacratie, een organisatievorm waarin geen managers of managementlagen bestaan en medewerkers in plaats van één functie vijf tot zeven rollen hebben. Groeien doe je bij Viisi enkel in je rol. Zo kun je onderling wisselen, wanneer je denkt in een andere rol meer uitdaging te vinden, maar kun je ook een voorstel doen voor een nieuwe rol, wanneer je denkt dat het bedrijf daar behoefte aan heeft. Van der Lubbe: „Ik ben bijvoorbeeld het financieel geweten, en doe daarnaast de communicatie met de pers als het gaat om de werking van een holacratie. Dáár ligt namelijk mijn passie.”

Een simpele term is het niet – holacratie. In 1967 bedacht de Brits-Hongaarse Journalist Arthur Koestler de term om iets te beschrijven dat zowel onderdeel van een systeem, als een onafhankelijke entiteit is. In 2001 leende de Amerikaanse software-start-up Ternary die term weer om de organisatiestructuur waar het op dat moment mee experimenteerde, zonder leiders of managers, te omschrijven: een holacracy.

Volgens Diederick Janse van adviesbureau energized.org werken inmiddels zo’n honderd Nederlandse bedrijven met een holacratie, waaronder KPN en Bol.com. Maar: „Met grote verschillen in hoe verregaand ze de regels hebben ingevoerd.”

Het idee van een holacratie komt overeen met de theorie achter zelfsturende teams: werknemers hoeven helemaal niet ‘gemanaged’ of op hun vingers getikt te worden door een leidinggevende. Teams die zichzelf motiveren en in samenspraak beslissingen maken leren sneller, en zijn meer betrokken bij het bedrijf.Toch roepen zulke organisatiestructuren vrijwel altijd dezelfde vragen op: ‘Maar sommige mensen hebben toch gewoon veel sturing nodig?’ En: ‘Hoe zorg je er dan voor dat werknemers zélf de verantwoordelijkheid nemen om zichzelf en het bedrijf te verbeteren?’ De verschillende rollen binnen een holacratie trachten op die laatste vraag antwoord te geven. „Met de beschrijving van de rollen wordt ieders verantwoordelijkheid namelijk woordelijk vastgelegd”, legt Van der Lubbe uit. Zulke rollen kunnen zo ver gaan als ‘het optuigen van de kerstboom’ tot ‘het voeren van sollicitatiegesprekken’, duidelijk is in ieder geval wat wiens taak is.

Maar waarom dan toch rollen, in plaats van een simpele functieomschrijving? Van der Lubbe: „Iedereen heeft verschillende talenten en vaardigheden, die niet altijd in één functie te vatten zijn. Bij ons vul je in samenspraak met je team, naar eigen inzicht je rollen in. Op die manier kun je je ontwikkelen op die punten waar jij denkt goed in te zijn.”

Geen idee waar je goed in bent? Niet erg, zegt Van der Lubbe. Wisselen van ‘pet’ mag. „We hebben hier bijvoorbeeld iemand die voor 80 procent adviseursrollen heeft, maar daar onlangs één wervingsrol bijnam, om te kijken of het iets is.” Bovendien is het in de praktijk vaker zo dat mensen rollen hebben die binnen verschillende functies zouden passen: zo kun je tijdens alle vergaderingen best een leidende rol hebben, terwijl in de communicatie met andere teams iemand anders woordvoerder is. En ook voor die ene taak waar helemaal niemand zin in bleek te hebben – het invoeren van data, het legen van de prullenbak – bestaat een oplossing: de ploegendienst. Van Der Lubbe: „Het probleem met zelfsturing is vaak dat mensen denken: ‘Daar is geen hiërarchie, dus daar zal iedereen wel doen waar-ie zelf zin in heeft.’ Dat is onzin, we zijn op een bepaalde manier misschien nog wel hiërarchischer.”

Bureaucratie

Toch is het juist dat bureaucratische karakter van een holacratie dat vaak wordt aangehaald als een zwak punt in het organisatiesysteem. Volgens critici leidt de invoering ervan, vooral in het begin, vaak tot veel extra vergaderingen en regels. „Het is nogal star”, zegt Ben Kuiken, auteur van het boek De laatste manager. De manager is weliswaar weg, maar er komt volgens hem een nieuwe, weinig flexibele macht voor in de plaats – die van het systeem. Een voorbeeld: „Ik heb een snelle klus, en vraag wie op korte termijn tijd heeft. Pietje heeft tijd, Jantje is druk. Dus lost Pietje de boel vlug op. In een holacratie word ik geacht te kijken in wiens rol de klus past. Zul je net zien dat het Jantje is.”

Volgens Kuiken is de organisatiestructuur daarnaast niet voor niets door een softwarebedrijf ontwikkeld. Je hebt een gezamenlijk, vastomlijnd einddoel nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een digitaal product. Het ontwikkelen van zo’n product is bovendien per definitie werk waarbij het belangrijk is dat werknemers elkaar vanuit hun eigen kennis en expertise aanvullen en verbeteren, stelt Kuiken. „Maar denk je eens in deze manier van werken op te leggen aan verpleegsters. Zij zijn vaak een op een met hun patiënten bezig, dat werk moet je helemaal niet willen verdelen in rollen.”

Een holacractie is daarom vooral geschikt voor bedrijven waarin het logisch is in teams, of op projectbasis te werken.

Wel erkent Kuiken dat de focus op de vaardigheden van werknemers een groot voordeel op kan leveren voor organisaties. Zo vindt Mark Vletter, oprichter (of liever: ‘chef leuk werk’) van telecombedrijf Voys, dat het experimenteren met een holacratie zijn bedrijf absoluut goed gedaan heeft: „Onze negentig medewerkers zijn meetbaar gelukkiger geworden in de afgelopen tien jaar.” Hoe dat zo kwam? Om te beginnen belanden werknemers veel gemakkelijker op de juiste plek, stelt hij. En dat maakt ze niet alleen betrokken en enthousiast, het bedrijf is daardoor ook in staat sneller te groeien.

Vletter: „De inhoud van een rol wordt telkens aangepast, omdat mensen doorlopend gestimuleerd worden nieuwe vaardigheden en kennis op te doen. Ben je als bedrijf eenmaal gewend aan die snelle verandering, dan blijkt het ineens ook stukken gemakkelijker te reageren op veranderingen in de markt.”

Een holacratie niet flexibel? Integendeel, meent Vletter. Waar een functieprofiel over het algemeen vast ligt, komen en gaan verschillende rollen bij Voys met enige regelmaat. „Door te schuiven met verantwoordelijkheden merken we dat alles altijd op zijn pootjes terecht komt. De houding is hier daarom: ‘Laten we het maar proberen.’” En dat stimuleert vernieuwing, aldus Vletter.

Zelf is hij tijdens vergaderingen moderator, is hij spreekstalmeester naar de buitenwereld toe („Op podia en evenementen”), helpt hij medewerkers hun ideeën om te zetten in acties, en is hij product ontwikkelaar.

Lees hier over het NRC-onderzoek naar goed werkgeverschap van vorig jaar: Je leert beter door te doen waar je goed in bent

Vaderschap

Rennen, vliegen, vallen, opstaan en weer doorgaan – het vuur waarmee zowel Van der Lubbe als Vletter spreken doet vermoeden dat het ontwikkelen van talent een minstens zo gretige houding van werknemers eist. „Het enige waar ik écht allergisch voor ben, is stilstand”, voegt Vletter desgevraagd toe. En inderdaad: de holacratie is er op gericht persoonlijke groei zo veel mogelijk te stimuleren. Is er voor werknemers van Voys en Viisi dan nooit ruimte even achterover te leunen?

„Jawel hoor”, zeggen zowel Vletter, als Van der Lubbe meteen. Waarop ook beide ondernemers een voorbeeld van het vader- dan wel moederschap aandragen. Van der Lubbe: „Je kunt van niemand verwachten dat ze altijd toe zijn aan iets nieuws. Is het thuis om wat voor reden dan ook even druk? Dan vind ik het prima dat iemand zegt: ‘Ik zit wel even goed zo, in mijn rollen.’” Zulke vrijheden zijn cruciaal, vindt Van der Lubbe, die tevreden werknemers misschien nog wel belangrijker dan talentontwikkeling vindt. Voor Vletter staan die twee toch echt aan elkaar gelijk, maar ook hij beaamt: „Je kunt niet permanent sprinten.”

Werknemers productiever door complimenten

Artikel op AD.nl, januari 2017. Onderzoeker Arjan Non: ‘als je de mensen met de laagste productie weet te motiveren met een compliment, gaat je hele productie omhoog.’

Af en toe een schouderklopje werkt echt

‘Complimenten aan de hele afdeling, goed gewerkt!’ Zo’n boodschap maakt werknemers niet alleen blij, ze gaan er zelfs harder van werken, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht.

Krijgt alleen de allerbeste van de afdeling erkenning, dan stijgt de werklust vergelijkbaar met die welgemeende opmerking aan iedereen. Maar geef je een paar mensen op de afdeling een schouderklopje, dan gebeurt er iets bijzonders. Vooral de mensen die niets kregen, doen er een tandje bij.

,,Een absolute verrassing”, noemt Arjan Non van de Universiteit Maastricht de uitkomst. Als een van de betrokken onderzoekers werkte hij aan dit schouderklopjesonderzoek.

Dat bleek nog een hele puzzel. Een bioloog kan de hei op, maar voor economen is veldonderzoek een stuk lastiger. Daarom lieten de onderzoekers een paar maanden lang zo’n driehonderd studenten een paar uur tegen betaling bijklussen. Iedereen moest data uit een stapel papieren onderzoeken in de computer stoppen. Ze werden gewoon als flexkracht betaald en wisten niet dat ze eigenlijk proefkonijnen waren in dit onderzoek naar wat erkenning doet met jou als werknemer, en met je collega’s. De economen hielden steeds bij hoe productief de groepen waren en deelden schouderklopjes uit. Zo kwamen ze aan de data.

Als je de mensen met de laagste productie zo weet te motiveren, gaat je hele productie omhoog. Want bij veel bedrijven bepaalt de zwakste schakel het tempo.

Arjan Non

Zwakste schakel

Arjan Non: ,,De verklaring voor deze uitkomst is dat mensen willen meedoen met de groep, op het niveau van de groep. Als enkelen een compliment krijgen, denken we ‘oh dus hier willen ze dat ik wat harder werk’ en voeren we het tempo op.” En als iedereen een compliment krijgt? ,,De baas die laat zien dat hij in de werknemers gelooft, krijgt dat terug.”

Managers kunnen hier hun voordeel mee doen, zegt Non. ,,Een vriendelijke chef die mensen persoonlijk en welgemeend steeds op een nieuwe manier een bedankje geeft, dat is belangrijk. En als je de mensen met de laagste productie zo weet te motiveren, gaat je hele productie omhoog. Want bij veel bedrijven bepaalt de zwakste schakel het tempo.”

Werknemers hebben er ook voordeel van denkt Non. ,,Cynisch gedacht reageert personeel straks op een compliment met ‘oh die wil zeker dat ook hier harder wordt gewerkt’. In de praktijk zal dat wel meevallen. Mensen willen graag worden gewaardeerd door mensen. Bij ons kerstpakket hier op de universiteit zat bijvoorbeeld een persoonlijke bedankbrief van de leiding, die daarin bij ieder de specifieke bijdrage benoemde.

Daar kreeg ik wel grappen over: ‘ze hebben vast jullie onderzoek gelezen’. Maar we vonden het natuurlijk wel allemaal geweldig.

Het volledige onderzoek is onder de titel ‘Employee Recognition and Performance: A Field Experiment’ gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Management Science.

Bron: klik hier

 

 

 

 

Elke week Blue Monday voor meer dan 25% van alle medewerkers

Vandaag is het Blue Monday, de meest deprimerende dag van het jaar. Op grond van onderzoek dat  onlangs is uitgevoerd door Steda en het HappinessBureau blijkt dat meer dan 25% van de ondervraagden 1x per week een slechte dag op het werk heeft. Werkdruk is daarbij de belangrijkste factor. Het onderzoeksrapport kun je hier downloaden. Hieronder vind je een samenvatting van de resultaten.

Medewerkers minder gelukkig dan managers of senior managers

Het management van organisaties heeft de troeven in handen voor het vergroten van het werkgeluk van hun medewerkers. Dat blijkt uit een onderzoek dat Steda heeft uitgevoerd als partner van het event Happy People – Better Business dat op 28 maart plaatsvindt. Een ander belangrijk resultaat is dat medewerkers van organisaties die meer marktgericht zijn, gelukkiger zijn dan medewerkers van organisaties die minder marktgericht zijn.

De resultaten van het onderzoek laten als eerste zien dat medewerkers minder gelukkig zijn op hun werk dan managers of senior-managers. Ze scoren lager op het hebben van plezier op het werk en vooral op voldoening (kwaliteiten en talenten worden benut) en zingeving (draag je bij aan iets groters, idealen waarmaken).

In het onderzoek is vervolgens op 14 aspecten de samenhang met werkgeluk bepaald. De uitkomsten geven het management van organisaties mogelijkheden om werkgeluk voor hun medewerkers te vergroten. Zo scoren aspecten als vertrouwen in de directie, een inspirerende toekomstvisie of het goed begeleid worden laag op tevredenheid, maar is de mate van samenhang met werkgeluk hoog. Verbeteringen op deze aspecten dragen dus in belangrijke mate bij aan meer werkgeluk van medewerkers in organisaties.

Tevens is bekeken of de deelnemers aan het onderzoek in een marktgerichte organisatie werken. Zo werd er gevraagd naar het openlijk delen van klantervaringen binnen de organisatie of het meten van de klanttevredenheid. Als bijzonder resultaat kwam naar voren dat medewerkers in een marktgerichte organisatie significant hoger scoren op werkgeluk dan medewerkers in organisaties die dat niet doen.

onderzoek-werkgeluk

Afbeelding 1. Bij organisaties met de hoogste score voor marktgerichtheid geeft 29% zijn/haar werkgeluk een 9+. Gemiddeld is dat een 7,8 tegen 6,0 bij organisaties met lage marktgerichtheid.

Het onderzoek is uitgevoerd in aanloop naar het 2e event Happy People – Better Business dat op 28 maart plaatsvindt in de Haagse Hogeschool te Den Haag. Mensen die gelukkig zijn in hun werk, zijn gezonder, creatiever, innovatiever en meer bevlogen dan hun minder gelukkige collega’s. Op het event staat centraal hoe je Happiness at work in de praktijk kunt toepassen.

Onder leiding van Jörgen Raymann vertellen sprekers als Leo Bormans, Mark Vletter en Bart de Bondt over de laatste inzichten in Happiness at Work. Er is een breed aanbod van workshops van bedrijven die Happiness at Work in de praktijk toepassen. Meer informatie over het event vind je hier.

 

 

 

Zijn gelukkige werknemers echt productiever?

Lilian Polderman op MT.nl, januari 2017. Een gelukkige werknemer is een productievere werknemer. Dat onderstrepen in ieder geval diverse wetenschappelijke studies. En niet voor niets bestaan er tegenwoordig zelfs Chief Happiness Officers op de werkvloer.

Vijftien jaar lang was Chade-Meng Tan een ‘Jolly Good Fellow’ bij Google. De pioniersrol die hij bij Google vervulde, hij was de 107e aangenomen werknemer, wordt bij andere bedrijven ook wel Chief Happiness Officer wordt genoemd. Daarbij is het doel van de functie te zorgen dat andere werknemers geluk vinden op de werkvloer en hierdoor productiever zijn. Tan zelf omschrijft op LinkedIn het werk dat hij tot zijn vijfenveertigste deed, – in 2015 ging hij met pensioen- , als ‘enlighten minds, open hearts, create world peace’. Het is een rol die in geval van Tan niet onderschat moet worden. Het leverde hem naast een leuk salaris bij Google, bestsellers en knuffels van de Dalai Lama en Barack Obama ook bijna de nobelprijs voor de vrede op.

Doel zien van het werk

Werknemers gelukkiger proberen te maken om zo als bedrijf beter te presteren is een trend van de afgelopen jaren. Vandaar ook de opkomst van de Chief Officer Happiness (cho). ‘De cho is bedoeld om speciale initiatieven in het leven te roepen waar werknemers gelukkiger van worden,’ zo legt Alexander Kjerulf uit, mede-oprichter van het Deense consultancybedrijf WooHoo Inc, gespecialiseerd in het verhogen van geluk op de werkvloer en adviseur van onder meer LEGO en IKEA. ‘Cho’s doen dit bijvoorbeeld door het organiseren van festiviteiten, trainingen en evenementen die er voor zorgen dan mensen geweldig werk afleveren en het doel zien van hetgeen ze op de werkvloer doen.’

Geld inspireert minder

In haar boek E-volueer! identificeert Rosabeth Moss Kanter, hoogleraar management aan Harvard Business School, drie primaire motiverende factoren binnen vernieuwende bedrijven die werknemers gelukkiger en daarmee productiever moeten maken: ‘mastery’, ‘membership’ en ‘meaning’. Kort gezegd betekent de eerste ‘m’ een uitdagende baan, de tweede ‘m’ moet de werknemer het gevoel geven dat ze er echt bijhoren en de derde ‘m’ refereert aan het feit dat werknemers willen voelen dat zij een zinvolle bijdrage aan de wereld leveren. Opvallend genoeg ontbreekt de ‘m’ van ‘money’ in haar rijtje. ‘Geld,’ zegt Kanter, ‘werkt wel als een scorekaart, maar het is niet de drijfveer die mensen ‘s ochtends doet opspringen om aan de slag te gaan, noch helpt het werknemers om elke dag weer voldaan en gelukkig naar huis te gaan.’

Gelukboost zorgt voor productiviteitsboost

Zijn gelukkige werknemers uiteindelijk ook daadwerkelijk meer productief? Ja, zo bleek uit een onderzoek dat de Universiteit van Warwick’s Centre for Competitive Advantage in the Global Economy een jaar geleden uitvoerde samen met de Social Market Foundation. De onderzoekers deden een experiment onder 700 werknemers naar het effect van hun geluksgevoelens op hun productiviteit. Hiervoor werden allereerst uit de groep werden willekeurig participanten gekozen die of een clip van zo’n tien minuten uit een comedy keken of iets lekkers te eten of te drinken voorgeschoteld kregen. Daarna volgde een reeks vragen om te kijken of de zogeheten ‘happiness shocks’ die werden uitgedeeld ook daadwerkelijk het gewenste effect hadden. Werden inderdaad geluksgevoelens opgeroepen, dan volgden diverse taken om hun productiviteit te meten. En wat bleek? Gemiddeld ging de productiviteit met 12 procent omhoog wanneer werknemers een geluksboost hadden ontvangen. Dit kon zelfs oplopen tot zo’n 20 procent. De reden waarom gelukkige werknemers productiever zouden zijn, is volgens het onderzoek omdat ze hun tijd effectiever en meer gefocust benutten.

Dip van twee jaar

Daarnaast keken de onderzoekers ook nog naar het effect van schokken die mensen in de realiteit soms te verwerken krijgen en die hen ongelukkig maken en vervolgens een effect hebben op hun productiviteit. Denk aan familieproblemen of het rouwen na het overlijden van een naaste. De onderzoekers zagen een een direct effect op de productiviteit en deze kon in sommige gevallen zelfs twee jaar aanhouden.

Lees artikel verder op MT

Band met collega’s veel belangrijker dan auto van de zaak

Priscilla Tienkamp op Intermediair.nl, december 2016. Of je als werknemer bij je werkgever blijft, hangt veel meer af van je intrinsieke motivatie dan van (secundaire) arbeidsvoorwaarden. Materiële zaken als compensatie voor overwerk en een auto van de zaak zijn amper van belang om werknemers bij hun werkgever te houden. We vinden de band met onze collega’s en de inhoud van ons werk veel belangrijker, zo blijkt uit het Intermediair Imago Onderzoek 2016.

Vooral docenten blijven bij hun huidige werkgever omdat ze de inhoud van hun werk leuk en uitdagend vinden. Voor ruim zes op de tien leraren is dat de belangrijkste motivatie om niet van organisatie te veranderen. Werknemers in de zorg zijn het meest blij met hun collega’s en zien hen dan ook als belangrijkste reden om bij de huidige organisatie te blijven werken.

Alleen als je een financiële functie hebt, en bijvoorbeeld accountant bent, is de kans groot dat de inhoud van je werk niet op nummer 1 of 2 staat. Werknemers in financiële functies vinden prettige collega’s het belangrijkst, gevolgd door een goede werk-privébalans. Ook hier zien we dus dat materiële zaken maar een kleine rol spelen in de vraag of mensen bij hun werkgever blijven.

Intermediair Imago Onderzoek

In het kader van het Intermediair Imago Onderzoek 2016 werden ruim vierduizend hbo-plussers tot 45 jaar ondervraagd over hun werk, salaris, loopbaan, favoriete werkgevers, carrièrewensen en favoriete werkgevers. Bekijk in onderstaande infographic wat de belangrijkste redenen van medewerkers in jouw functiegroep zijn om niet van werkgever te wisselen. Benieuwd naar alle resultaten? Duik in de cijfers en lees de speciale editie van het digitale Intermediair Magazine.

Bron: hier

‘Tough bosses’ creëeren gezondheidsproblemen en verloop

Travis Bradberry op huffingtonpost.com, november 2016. Dominante managers veroorzaken stress, hartkwalen en verloop volgens Amerikaans onderzoek.  Dienende managers leveren inspiratie, motivatie en betrokken medewerkers.

Samenvatting:

10 Reasons Nice Bosses Finish First

Many bosses assume that a leader needs to be aloof and tough on employees in order to be effective. They fear that looking “soft” will erode their employee’s motivation and respect for them. To prove their case, they cite examples of brilliant leaders who modeled a tough leadership style and low emotional intelligence, such as Steve Jobs, who berated his employees.

When it comes to success as a leader, radically tough leadership styles are exceptions to the rule, not the rule. Recent research has shown that overly tough bosses create significant health and motivation problems in their employees, which will make you think twice about taking the tough-as-nails approach.

Overly tough bosses create stress, and lots of it, as the research shows: A University of London study found an especially strong link between heart disease and boss-inflicted stress, while a University of Concordia study found that employees who rate themselves as highly stressed added 46% to their employer’s health care costs. Research from the Institute of Naval Medicine found that overly tough bosses cause people to seek jobs elsewhere, to perform at a lower level, to decline promotions, and even to quit. Finally, a survey from Randstad Consulting showed that most employees would trade in their bosses for better ones rather than receive a $5,000 pay raise. People don’t leave jobs; they leave bad bosses.

The thing is, nice bosses don’t just prevent health and motivational problems among their employees; they create massive benefits that hard-nosed bosses can’t. A California State Long Beach study found that leaders who treat their teams fairly have far more cohesive and productive teams and that the individuals in those teams perform better. Research from the University of Virginia found that leaders who were considered “self-sacrificing” and “helpful” were viewed as especially inspirational and motivational and their employees were more helpful to their colleagues and more committed to their teams.

So, what exactly does a “nice” boss look like, and how does one pull this off without being a push over? Let’s find out.

1. They’re kind without being weak.
One of the toughest things for leaders to master is kindness. It’s a balancing act, and the key to finding balance is to recognize that true kindness is inherently strong — it’s direct and straightforward.

2. They’re strong without being harsh. People will wait to see if a leader is strong before they decide to follow his or her lead or not. People need courage in their leaders.A lot of leaders mistake domineering, controlling, and otherwise harsh behavior for strength.

3. They’re confident, without being cocky. Confidence is about passion and belief in your ability to make things happen, but when your confidence loses touch with reality, you begin to think you can do things you can’t and have done things you haven’t. Great, confident leaders are still humble.

4. They stay positive, but remain realistic. The right combination of positivity and realism is what keeps things moving forward.

5. They’re role models, not preachers. Great leaders inspire trust and admiration through their actions, not just their words. Many leaders say that integrity is important to them, but great leaders walk their talk by demonstrating integrity every day.

6. They’re willing to take a bullet for their people.The best leaders will do anything for their teams, and they have their people’s backs no matter what. They don’t try to shift blame, and they don’t avoid shame when they fail. They know that an environment where people are afraid to speak up, offer insights, and ask good questions is destined for failure.

7. They balance work and fun.  It takes a kind, but balanced leader to know how to motivate and push employees to be their best but to also have the wherewithal to slow it down at the appropriate time in order to celebrate results and have fun. This balance prevents burnout, builds a great culture, and gets results.

8. They form personal connections. Even in a crowded room, kind leaders make people feel like they’re having a one-on-one conversation, as if they’re the only person in the room that matters.

9. They deliver feedback flawlessly. It takes a tactful leader to deliver feedback that is accurate and objective but also considerate and inspirational. Leaders who are kind know how to take into account the feelings and perspectives of their employees while still delivering the message they need to hear in order to improve.

10. They’re generous.  They share credit and offer enthusiastic praise and they’re as committed to their followers’ success as they are to their own.

“A good leader is a person who takes a little more than his share of the blame and a little less than his share of the credit.” – John Maxwell

Bringing It All Together

Kind leaders are dynamic; they meld a variety of unique skills into an integrated whole. Incorporate the behaviors above into your repertoire, and you’ll see immediate improvement in your leadership skills.

Bron hele artikel: klik hier